Ik heb een afspraak met mijn dromen. Als ik een droom krijg waar ik wat mee moet, dat ik dan direct daarna wakker word. Dan kan ik me die droom herinneren kijken wat het mij vertelt. Maar dit heb ik nog nooit gedroomd.
Na een berg avonturen met een aantal vrienden en weer een ontmoeting met het meisje van de middelbare school waar ik zo verliefd op was, begint de droom. Het meisje is mijn archetype voor mijn ziel geworden. Het is altijd fantastisch haar tegen te komen.
Maar toen die droom:
Ik lag op mijn rug naar de hemel te kijken en ineens zag ik blauwe lichten oplichten. Een rond midden met daaromheen 6 lichten, blauw van kleur. En ze bewogen snel, zo snel als onze vliegtuigen niet kunnen bewegen.
En ik had nog nooit een UFO gezien, maar dit waren UFO’s. Ze konden manouvres maken, ongelooflijk. Er waren er heel veel. En ze lieten zich zien en veel mensen zagen ze.
Het beeld werd helderder en er verschenen nog andere voertuigen, van kennelijk andere rassen. De hele aarde was in paniek. Er werd gerend en gevlucht. Er was angst. Maar dat was niet wat ik voelde. Zij waren hier om ons te helpen. Omdat het te ver gegaan was. Wij als mensen waren te ver gegaan. Het deed mij denken aan de bijbelse openbaring tekst dat er oorlog in de hemelen was.
De hele lucht was vol met voor ons mensen vreemde wezens. Met grote hoofden, sommige met menselijke vormen anderen met zelfs een soort draken kop. Maar vrijwel geen van hen was ons vijandig gezind. Die waren er overigens wel. Maar die waren zwaar in de minderheid. Zo erg zelfs dat als een van de goede “aard mensen” zou worden aangevallen, dat zij dat wisten en onmiddellijk ingrepen. En ik voelde dat, dus ik wist dat ik niet bang hoefde te zijn. Omdat ik in mijn hart voelde dat ik zo’n “goed aard mens” was.
En ik zat dat te bekijken, en ineens zag ik het grid van de aarde veranderen. Het was alsof een deken werd weggetrokken van wat ik met mijn menselijke ogen altijd voor materiële waarheid had aangezien. Er ontstond in enkele ogenblikken een totaal nieuwe materiële waarheid. Grasvelden, flatgebouwen, wegen, energie, alles veranderde, in een paar oogwenken.
Ik zag het, en het was zo ontzettend mooi om te zien.
Ik viel op mijn knieën en huilde. Want hier had ik op gewacht. En tegelijkertijd begon ik me te realiseren dat ik droomde. Dat vond ik geen prettige gedachte. Want dat betekende dat als ik zo meteen wakker werd, dat dit er niet meer was. Dat deze nieuwe aarde er niet meer was. Ik wilde daar tegen vechten, maar ik wist dat het zinloos was, want ik voelde dat ik wakker begon te worden.
Maar in de haast om wat mee te nemen wilde ik terug naar dat bewustzijn en ik kwam op een grote rotonde met zeer veel afslagen. Maar daar hing een ketting met in het midden een groot bord met “accès interdit”. Ah ik had geen toegang meer.
Even lag ik de droom te herinneren, ik sufte weer weg en reed naar die rotonde…helaas “accès interdit”.
Sja, nu ik en jij: wat maken we daarvan? Chocola?