Ik, Thoth, de Atlantiër, meester van mysteriën, bewaarder van archieven, machtige koning en magiër, die van generatie op generatie leeft, sta op het punt de overgang te maken naar de Hallen van Amenti. Ik laat deze tafelen achter voor degenen die na mij komen, als een gids naar de wijsheid van het oude Atlantis.
De Jeugd in Atlantis
In de grote stad Keor, op het eiland Unal, in een ver verleden, begon ik mijn weg. Niet zoals de kleine mensen van nu leefden de machtigen van Atlantis; zij leefden van eon naar eon en vernieuwden hun levenskracht in de Rivier van het Leven.
Mijn vader, Thotme, was de bewaker van de grote tempel, de brug tussen de Inwoner van Unal en de kinderen van de mensen. Ik groeide op in het Licht van de wijsheid, totdat de vlam in mijn eigen hart zo groot werd dat ik geen andere meester meer nodig had dan de Bron zelf.
De Grote Vloed
Ik zag de mensheid vervallen in de duisternis. Ik zag hoe zij de wetten van de natuur vergaten. Toen riep de Inwoner de krachten van de diepte aan en Atlantis zonk weg in de golven. Maar ik kreeg de opdracht om de wijsheid te redden. Samen met mijn volgelingen vloog ik in het schip van de hemel naar het land van de kinderen van Khem (het oude Egypte).
De Bouw van de Piramide
Daar overwon ik de wilde stammen met de kracht van mijn geest. Ik bouwde de Grote Piramide als een baken van Licht en als een ingang naar de Hallen van Amenti. Ik plaatste daar mijn kennis en mijn krachten, zodat ze bewaard zouden blijven totdat de mensheid weer klaar zou zijn om ze te ontvangen.
De Weg naar de Hallen van Amenti
Nu daal ik af in de diepte. Ik leg mijn lichaam neer, maar ik zal blijven voortleven in de geest. Ik zal terugkeren wanneer de tijd rijp is, wanneer de mensen weer op zoek gaan naar het Licht. Wees niet bedroefd, o mens, want de weg naar boven staat altijd open voor degene die de moed heeft om naar binnen te kijken.