In de dagen van het oude Atlantis leefde de Meester van de wereld, de Inwoner van Unal. Hij was niet zoals de mensen van die tijd; hij was een wezen dat de wetten van de stof had overwonnen en de weg naar de sterren kende.
De Kracht van de Inwoner
De Inwoner was de bewaker van de poorten. Hij zat in zijn tempel en hield de balans tussen het Licht en de duisternis in stand. Hij sprak niet met woorden van vlees, maar met de trilling van de waarheid. Zijn lichaam was slechts een omhulsel, een instrument waardoorheen het Licht van de Ene stroomde naar de aarde.
De Wet van de Meesters
Hij leerde ons dat de mens een god in wording is. “O mensen,” zei hij, “kijk niet naar de aarde onder je voeten, maar kijk naar de vlam die in je hart brandt. Jullie zijn niet gemaakt om slaven te zijn van de tijd, maar om de meesters van de ruimte te worden. Leer de energieën van je lichaam te beheersen, want het lichaam is de tempel van de levende geest.”
De Vernietiging en de Redding
Wanneer de harten van de mensen zich afkeerden van het Licht en de duisternis de overhand kreeg, riep de Inwoner de machten van de diepte aan. De aarde beefde en de zeeën verzwolgen de steden van Atlantis. Maar de weinigen die het Licht in zichzelf hadden bewaard, werden geleid naar de schepen. De Inwoner gaf mij, Thoth, de opdracht om de wijsheid te bewaren en de mensheid opnieuw naar de sterren te gidsen.
De Boodschap voor de Toekomst
Weet, o mens, dat de Inwoner nog steeds aanwezig is, niet in de vorm van vlees, maar in de trilling van de wereld. Wanneer je je eigen trilling verhoogt en de stilte in jezelf vindt, zul je de stem van de Inwoner horen. Hij zal je leiden op het pad naar de onsterfelijkheid, de weg die ik, Thoth, voor jou heb geëffend.