Mijn opa de Jonge

Toen ik naar beneden keek zag ik weer zo’n klein baaitje waar niemand was. Dat trekt me dan om naar beneden te wandelen of te klauteren en een duik te nemen. En ik weet weer nooit wat mijn innerlijk me dan weer laat voelen.

Deze baai daar beneden
Deze baai daar beneden

De weg leidt langs een uitgesleten stenenpad. Met enorme geulen er in omdat er kennelijk soms bakken met water naar beneden stromen. Dat loopt niet altijd makkelijk, maar he, dat is een analogie van het leven, en dat zijn we wel gewend.

Let maar niet op mijn vinger

Daar moet gezwommen worden en mijn mini duikbrilletje kan ik dan even testen. Die blijkt nog steeds te lekken, dus die gooi ik weg. Misschien toch een keer een nieuwe dure en vooral goede kopen.

Dan ga ik op het strandje zitten met enorme kiezels. Het zijn allemaal granieten kiezels. En mijn gevoelens gaan terug in de tijd. Naar oktober 1979, naar Sporthuis Centrum in het plaatsje America in Nederland. Mijn broer en ik voetballen en zwemmen in het golfslagbad.

Ik word ziek, en behoorlijk ook. Een voorhoofdsholte ontsteking. En ik weet niet of je weet hoeveel pijn het doet bij elke stap die je zet. Dat dreunt ontzettend in je hoofd. Je kan dan beter gaan liggen. Het doet echt veel pijn. En daar in die dagen heb ik het gevoel iets definitief verloren te hebben. Want daarvoor was mijn geest een rustig meer. Glad, vrijwel geen golven. En terwijl ik daar in bed lag, zag ik de storm komen. En ik vocht ertegen, maar langzamerhand nam de storm mijn geest over. Ik verloor het, en sinds die dag is mijn geest niet meer rustig geweest als daarvoor. Tot…

Nu langzaam op Sardinië hier en mogelijk verdere reis, ik langzaam die rust weer voel komen. Ik heb dat gemist, 47 jaar lang.

En de gevoelens gaan door, ze gaan naar het moment dat opa de Jonge langs kwam. En dat was omdat het bedrijf van mijn vader ASD ook in een storm verkeerde. We moesten onmiddellijk naar huis. En opa was daar om ons te helpen.

En ja Opa, God, ik hield van die man. Het was een klein sterk mannetje. Ik ging als klein ventje met hem mee om klusjes te doen. Naar Renesse een hek zetten om de konijnen buiten het erf te houden. Maar die waren niet gek natuurlijk, want die groeven natuurlijk gaten onder het hek door bleek later.

Mijn opa, daar had en heb ik een band mee. Want toen ik vele jaren later een familieopstelling deed, had ik mijn oude gevoelens van een soort soldaat die onbekend was in zijn eentje ergens was. Ooooh, mijn opa wilde in het vreemdelingen legioen. Maar hij is naar Indië gegaan en heeft daar gevochten tegen de Jappen. En hij kwam getraumatiseerd terug. Ik kon het voelen.

Uitzicht vanuit de baai
Uitzicht vanuit de baai

Maar hij was er voor ons, vooral voor ons gezin. Haha, toen die keer toen ik hem sloeg omdat hij mijn broertje een klap gaf. Ik zei:”Je mag mijn broertje niet slaan”. Even later had ik volgens mijn oma ruzie met mijn broertje.

Afijn hij was er. En ik heb twee keer een rondje met hem gewandeld, langs het Kaaskeswater (sorry ik vind dat zo’n stomme naam, maar goed). Ik vroeg hem naar het leven en naar geloof en Jezus en hoe hij dat beleefde.

En de tweede keer was toen hij 89 was. Maar toen duwde ik zijn rolstoel. En ineens vroeg hij:”Heb jij oma laatst nog gezien?” Het punt is dat zij al overleden was 2 jaar eerder. En ik voelde haar. Ik had zo sterk de indruk dat zij aan de andere kant hem wenkte om te komen. Dat ze heel dichtbij was. Maar ik besefte dat mijn opa al half aan de andere kant was, en dat dat zijn laatste dagen waren. Ik wist het.

Een paar dagen later kreeg ik het bericht dat hij was overleden.

Gosh, ik hield van mijn opa.

K.T. de Jonge, ofwel Krijn Triest de Jonge. En het zal je niet verbazen dat ik in mijn doopnaam zijn naam ook draag: Krijn August de Jonge.

Hier op dit kiezelstrand voel ik dat ik zo veel van veel mensen houd, maar vandaag kwam mijn opa even langs.

Het kiezelstrand
Het kiezelstrand

Leave a Comment