Borrelia is een bijzondere bacterie: een spirocheet. Spirocheten zijn een stam van dunne spiraalvormige bacteriën. De spirocheet werd voor het eerst in 1982 door Willy Burgdorfer en Alan G. Barbour geïsoleerd. Via de bloedbaan verspreidt de bacterie zich snel door het gehele lichaam, daarbij geholpen door zijn lange zwiepende staart.

Eigenschappen van de Borrelia Spirocheet

  • Ze kunnen informatie van de ene bacterie laten overgaan naar de andere, dus ook informatie over het immuunsysteem van de gastheer en over antibiotica.
  • Ze zijn nauwelijks in een lab te kweken, dus moeilijk te bestuderen.
  • Spirocheet
  • In hun buitenste celwand zitten 150 genen (i.p.v. 3 genen bij normale bacteriën). Dat houdt in dat er zoveel eigenschappen zijn dat de bacterie zich kan vermommen en direct kan veranderen.
  • Ze kunnen hun buitenste celwand afwerpen. Ze krijgen dan een kogelvorm. In die vorm zijn ze niet te detecteren door het immuunsysteem en heeft antibiotica geen vat op ze. Als dan de antibiotica-aanval voorbij is kunnen ze uit hun “slaap” komen en weer vervelend gaan doen.
  • Ze kunnen lichaamscellen aanvallen; de kern wordt dan gedood en de spirocheten verschuilen zich in de cel… zo herkent het immuunsysteem ze niet.
  • Ze kunnen delen van de eigen genen kopiëren en als kleiner celletje door het gastheerlichaam sturen. Dat leidt het immuunsysteem af. (Blebs heten die stukjes).
  • Ze zijn vermoedelijk ook in staat tot “mimicry”: Ze lijken dan op lichaamseigen cellen. Als het immuunsysteem daar toch op reageert zal het immuunsysteem ook lichaamseigen cellen gaan aanvallen.
  • Ze scheiden peptiden en stofwisselingsafvalstoffen uit die de gemoedstoestand van de gastheer beïnvloeden.
  • Hun levensgebied is tussen lichaamscellen in. Ze voelen zich lekkerder in kraakbeen, oogvocht en myeline dan in lymfe en bloed. En zijn daardoor dus soms niet meetbaar in bloedserum.
  • Ze zijn zeer beweeglijk en door hun spiraalvorm schroeven ze zich in vrijwel alle weefsels van het lichaam. Ze kunnen 10 dagen na besmetting door de hersenbloedbarrière heen.
  • Ze zijn weinig zuurstofbehoevend, dus kunnen zich verstoppen in kraakbeen, littekenweefsel en zenuwen.
  • Ze hebben geen ijzer voor hun overleving nodig.
  • Ze delen zich eens per 28 dagen i.p.v. eens per 20 minuten (zoals gewone bacteriën doen). Bij antibiotica verstoppen ze zich gewoon en wachten totdat het weg is en dan gaan ze weer verder delen. Twee weken antibiotica is voor de 20 minuten cyclus afdoende. Voor de 28 dagen cyclus is anderhalf jaar lang dagelijks antibiotica nodig (Grier 2000).
  • Ze kunnen antibiotica snel uit hun systeem krijgen.
  • Ze kunnen 50 graden onder nul overleven, maar meer dan 42 graden kunnen ze niet hebben.

Deze wijsheid heb ik uit:

Het beste boek over Lyme

Nog iets meer over de spirocheet kun je vinden op Lymenet

Terug naar de Lyme Index