Menu Sluiten

Ik, Thoth de Atlantier, meester van de mysteries,
archivaris, machtige koning, tovenaar,
levend van generatie op generatie
op het punt staand om in te gaan in de Hallen van Amenti
zette mij neer voor de begeleiding
van hen die nog zullen komen
voor deze geschriften van de machtige wijsheid van het Grote Atlantis

In de stad KEOR op het eiland UNDAL
in een tijd lang geleden, begon ik deze incarnatie.
Niet zoals de kleine mensen van de tegenwoordige tijd
de groten van Atlantisleven en gaan dood,
maar dan van aeon to aeonvernieuwden ze
hun leven in de hallen van Amenti waar de levensrivier
eindeloos doorstroomt

Honderd maal tien
ben ik nedergedaald in de donkere weg die leidde naar het licht
en even zo vaak ben ik opgerezen
vanuit de duisternis naar het licht met hernieuwde kracht

Nu zal ik voor een tijd neerdalen
en de mensen van KHEM (het oude Egypte)
zullen me niet meer kennen

Maar in een nog ongeboren tijd zal ik opnieuw opstaan
machtig en sterk, eisend en verrekenend
naar degenen die na mij kwamen

Pas dan op, mensen van KHEM
als je mijn leringen verraden hebt
Want ik zal je neerslaan uit je hoge status
naar de duisternis in de grotten waar je vandaan kwam

Verraad mijn geheimen niet
aan de mensen van het Noorden
of de mensen van het Zuiden
want mijn vloek zal op je zijn

Onthoud en gehoorzaam mijn woorden
Want voorzeker zal ik terugkeren
En van je vragen wat je moest bewaken
Ja, zelfs voorbij de tijd
en voorbij de dood zal ik terugkeren
belonen of straffen
En je naar recht vergelden

Groot, waren mijn mensen in de oude tijden
groot, voorbij alle ideeen van
de kleine mensen die nu bij me zijn
Wetend van de oude wijsheid
ver in het hart van de oneindigheid
Kennis die bij de jeugd van de aarde hoorde

We waren wijs door de wijsheid
van de Kinderen van het Licht die onder ons waren
We waren sterk door de kracht die
we kregen vanit het eeuwige vuur

En van al dezen, was de allergrootste
van de Kinderen mijn vader: THOTME
Bewaker van de grote tempel
Die de link is tussen de Kinderen van het Licht
die verbleven in de tempel en
de mensenrassen die de tien eilanden bewoonden